In het najaar van 2014 heeft de commissie een midtermreview uitgevoerd. Op 3 november 2014 heeft de commissie de adviezen aangeboden aan de ministers van OCW en EZ. De aanbiedingsbrief treft u hier aan.

De ministers hebben de adviezen van de reviewcommissie overgenomen. Zie het persbericht van de reviewcommissie en de brief van de minister.

De midtermreview is een toets op de voortgang, waarbij het gaat om de vraag of de instelling in voldoende mate een start heeft gemaakt met de uitvoering van de plannen met betrekking tot profilering en zwaartepuntvorming. Continuering van de toegekende middelen uit het selectieve budget voor de komende twee jaren is afhankelijk van een positieve beslissing door de minister van OCW op basis van het advies van de commissie bij de midtermreview in 2014.

De Reviewcommissie heeft de rapportages van de instellingen beoordeeld volgens het beoordelingskader dat in maart 2012 is vastgesteld[1] en later nog nader toegelicht[2] De midtermreview betreft niet alle aspecten van de prestatieafspraak, maar is gericht op profilering en zwaartepuntvorming (het betreft de 2% van de prestatiebekostiging, ook wel het selectieve budget genoemd). Het gaat daarbij om[3] ‘versterking van de zwaartepunten in het onderzoeks- en onderwijsbeleid van een instelling en differentiatie van het onderwijsaanbod van een instelling naar niveau, inhoud en vorm van het onderwijs’. De voortgang bij de ambities van de instellingen op het gebied van onderwijskwaliteit en studiesucces (het betreft de 5% van de prestatiebekostiging) is in 2014 niet beoordeeld.

Uitgangspunt voor de beoordeling zijn de eigen ambities van de instellingen, zoals opgenomen in hun prestatieafspraken. De commissie baseert zich daarbij op de jaarverslagen van de hogescholen en de universiteiten. Instellingen zijn in de gelegenheid gesteld desgewenst extra informatie aan te leveren om een actueel beeld te kunnen geven van de voortgang na het verschijnen van het jaarverslag.
Instellingen hadden tevens de mogelijkheid om in een gesprek met de commissie de in het jaarverslag gerapporteerde voortgang nader toe te lichten. In september heeft de commissie gesprekken gevoerd met alle universiteiten en de meeste hogescholen. In de gesprekken heeft de commissie naar eventueel ontbrekende informatie gevraagd en heeft zij de voortgang en toekomstige ontwikkelingen bij de instelling aan de orde gesteld. Sommige instellingen hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om na het gesprek aanvullende schriftelijke informatie toe te sturen. Op basis van de schriftelijke informatie en de gesprekken is de commissie tot haar oordeel gekomen met betrekking tot de voortgang die de universiteiten en hogescholen hebben geboekt bij de uitvoering van hun profileringsplannen.
Er zijn twee eindconclusies mogelijk: ‘in voldoende mate’ of ‘in onvoldoende mate’ voortgang geboekt. Het betreft standaardformuleringen die bij elke instelling gehanteerd worden in het geval van respectievelijk een positief dan wel negatief oordeel.

Tijdens de midterm gesprekken heeft de reviewcommissie de gesprekspartners een overzicht van recent onderzoek naar de effecten van interventies op uitval en rendement ter beschikking gesteld. Dit document is ook hier te raadplegen.

[1] Brief SOCW aan de universiteiten en hogescholen, 5 maart 2012; Brief SOCW aan Tweede Kamer (386473), 7 maart 2012.
[2] Brieven MOCW aan de universiteiten en hogescholen, respectievelijk (526628) 3 juli 2013 en (606572) 27 maart 2014.
[3] Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs, Staatsblad 2012 534, 31 oktober 2012.